Categorieën
Bewuster leven

Alles onder controle

Typisch Hollands natuurlijk om te denken dat het zo’n vaart niet zal lopen. Dat mysterieuze longvirussen vooral een Chinees probleem zijn. Want onze luchtkwaliteit is nog best prima, en wij eten geen vleermuizen of schubdieren. Af en toe duikt er in de krant iets op over een besmette Nederlander die direct in quarantaine is geplaatst en na een week of twee weer genezen wordt verklaard. We hebben het allemaal onder controle.

Drie maanden lang halen we onze schouders op over zulke incidenten. Maar dan blijkt in Italië, een stuk dichter bij huis, een regelrechte epidemie te zijn ontstaan in een drukbezocht skigebied waarna besmette personen uitwaaieren over heel Europa en zelfs daarbuiten. De doden die te betreuren vallen zijn hoogbejaard of reeds ernstig ziek, net als bij een gewone griep. We hebben het allemaal onder controle.

In Italië is medische hulp voor coronapatiënten al snel niet meer vanzelfsprekend. Het tekort aan IC-bedden zorgt ervoor dat er triage plaats moet vinden. Wie het meeste kans maakt op genezing, mag aan de beademing. In Nederland hebben we procentueel gezien veel meer IC bedden en als we gewoon allemaal onze handen goed wassen en thuis blijven met verkoudheidsklachten lopen we eigenlijk niet zoveel risico. We hebben het allemaal onder controle.

In China worden appartementengebouwen dichtgelast om te zorgen dat mensen binnen blijven. In Italië mag niemand meer de straat op zonder goede reden en de politie handhaaft met strakke hand. Onze zuiderburen sluiten alle scholen en horeca. Maar in Nederland, waar de eerste coronapatienten al op de intensive care liggen vinden we die maatregelen nog wat te zwaar. We hebben alles immers onder controle.

Italiaanse artsen luiden de noodklok: niemand op de intensive care knapt op. Indringende beelden komen tot ons via de media. Huilende artsen, oververmoeide verpleegkundigen. Nederland zwicht voor een oproep van de Federatie Medisch Specialisten en sluit de scholen. Al wordt daar wel bij gezegd dat kinderen eigenlijk geen risico vormen. Fysiotherapeuten, kappers en andere beroepsgroepen die risico lopen door fysiek contact met hun klanten zijn nog gewoon aan het werk. Want we hebben alles nog onder controle.

Italië kan zijn doden niet begraven. Familie kan geen afscheid nemen. Lichamen worden zonder ceremonie gecremeerd. Het lijkt wel oorlog. De economie komt tot stilstand. Fabrieken worden gesloten. En Nederlanders zijn ondertussen toiletpapier, mondkapjes en desinfectiegel aan het hamsteren. Al wordt dat niet door angst, maar door handelsgeest ingegeven. De stranden en natuurgebieden zijn ondanks de oproep tot sociale onthouding drukbezocht. En dat komt vooral doordat er naast die boodschap ook gecommuniceerd wordt dat er genoeg IC bedden zijn. Dat kinderen geen risico vormen. Dat gezonde mensen alleen milde klachten krijgen. We hebben alles onder controle.

Je kunt Nederland niet met Italië vergelijken, zegt men. Maar je kunt Italië ook niet met China vergelijken. Ik durf zelfs te stellen dat je Brabant en Groningen niet met elkaar kunt vergelijken, en ik denk dat vergelijken ook helemaal nergens goed voor is. Exacte sterftecijfers en percentages doen er niet toe. Je kunt niet stellen dat duizend doden tien keer zo erg als honderd doden. COVID-19 doet overal ter wereld hetzelfde: mensen infecteren die geen vaccin of medicijn tot hun beschikking hebben. Het enige dat Nederland onderscheidt is dat we kennelijk stronteigenwijs zijn en geen overheidsadviezen willen opvolgen om het aantal besmettingen te verminderen. Dat alleen al maakt dat we helemaal niets onder controle hebben.

Foto: FaceID mask van Danielle Baskin.

Categorieën
Bewuster leven

Van Hallo Jumbo naar Hello Fresh

In mijn omgeving hoor ik al een paar jaar tevreden geluiden over maaltijdboxen, en dan met name over die van Hello Fresh. Vrienden die voorheen een supermarktlasagne in de magnetron kwakten op maandagavond, ontpopten zich tot ware foodies en raakten niet uitgepraat over orzo.

Ik weet niet eens wat orzo is. Maar ik heb ervaring met een abonnement op een groentetas, en daarvan staat me nog helder bij dat ik weken achtereen iets met schorseneren en knolraap moest, en dat die van mij gewoon fantasiewoorden uit een drs. P.-liedje hadden mogen blijven.

“Maar het is zo handig! Het zijn heerlijke recepten. Je hoeft niet meer te bedenken wat je wilt eten en je hoeft niet meer steeds naar de supermarkt” zwijmelt vriendin V. Nou vooruit, daar heb je mijn zwakke punt. Ik doe niet graag boodschappen, en diep in mijn hart wil ik de beslissing over wat we vandaag weer eens moeten eten best delegeren.

De eerste week koos ik voor een box met drie maaltijden om het eens uit te proberen. En op dag twee wist ik al dat ik een fout gemaakt had. Er is geen weg terug als je eenmaal het gemak hebt ervaren van culinaire hoogstandjes zonder voorafgaand supermarktbezoek. Ik kon onmogelijk overmorgen een hamburger op tafel zetten, of een simpele macaroni bolognese. En ik moest nog tot zaterdag wachten voor mijn volgende Hello Fresh box! Ik logde meteen in op de app om mijn volgende bestelling uit te breiden naar 5 maaltijden.

In de tweede box zat een gerecht met vlees, puree en witlof. En ik vreeste het ergste, want ik hou helemaal niet van witlof. Maar het bleek een gouden combinatie met de rest van de ingrediënten. In de derde box trof ik opnieuw witlof aan. Deze keer had het zich verstopt in en recept voor pasta met een paddestoelenroomsaus. Ik vond het een idiote combinatie, maar maakte het toch volgens het recept. Opnieuw was het heerlijk!

Dus inmiddels ben ik al net zo’n Hello Fresh ambassadeur als V. Ik vertel iedereen die het maar horen wil hoe geweldig lekker we tegenwoordig eten. En hoe fijn het is om niet steeds iets te hoeven verzinnen. Hoeveel tijd het scheelt als je niet steeds vanuit je werk eerst langs de supermarkt moet. Dat het zelfs goedkoper is als zelf boodschappen doen. En dat het me nu eindelijk lukt om een paar keer per week vegetarisch te eten. Maar vooral hoe Hello Fresh mijn humeur heeft verbeterd.

In plaats van dat ik de hele route van de supermarkt naar huis zit de chagrijnen omdat ik geen zin heb om te koken, kom ik tegenwoordig relaxed thuis, zet ik mijn Storytel boek op speaker en begin ik helemaal mindful de ingrediënten van het avondeten te snijden. Tegen de tijd dat het eten op tafel staat, heb ik op die manier al drie kwartier me-time gehad. De stress van de dag glijdt zo van me af.

Categorieën
Bewuster leven

Het leed dat avocado heet

Ik heb er geen diepgravend onderzoek naar gedaan, maar ik durf te beweren dat de avocado de lychee verslagen heeft als meest foutgespelde vrucht. Dat heeft ook  met zijn populariteit te maken. Hipsterkantines serveren tegenwoordig bij elk belegd biologisch speltbroodje wel zo’n plak groene boter. 

Bij mij verdwijnen die dingen alleen in de guacamole, en vaker nog in de groene kliko wegens onrijp en toen te lang laten liggen. Wanneer die dingen eetrijp zijn? Nou niet wanneer er een ‘eetrijp’ etiket op zit in ieder geval. Dat is de gemeenste marketingleugen ooit. Nee, avocado’s zijn maar op twee momenten eetrijp: eergisteren en overmorgen. 

“Je kunt het zien aan het steeltje,” zegt vriendin S, “als je hem indrukt en hij veert een beetje terug, dan is-ie goed. Op een facebookgroep over koolhydraatarm eten adviseert iemand om het steeltje eraf te halen. Aan het gaatje dat overblijft kun je dan zien of hij rijp is.Dat verklaart meteen waarom ik in de supermarkt alleen steeltjesloze avocado’s aantrof en de tip van S. dus niet kon toepassen.

Het blijft een moeilijk ding, die avocado. En ik ben er ook niet van overtuigd dat ik het echt lekker vind. Maar de marketing rond de groene vrucht is onfeilbaar. Hoe meer ik erover lees, hoe meer ik het gevoel krijg dat ik een sukkel ben dat ik niet regelmatig avocado op toast eet. Goede vetten! Gezond! Hip! Als je avocado’s eet ben je een bewuste consument met aandacht voor mens, dier en milieu. En dat wil ik graag zijn.

Maar ben je dat wel als je avocado’s eet? Klopt het beeld wel wat #fitgirls en #instameisjes ons voorschotelen? 

Voor de productie van één kilo avocado is rond de 1.000 liter water nodig, las ik in Trouw. En aangezien avocado’s worden verbouwd in gebieden met waterschaarste heeft hun populariteit niet bepaald een goede invloed op de watervoorraden. 

Om aan de toemende vraag te kunnen voldoen, gaan boeren bovendien steeds meer over op het telen van avocado’s, wat weer slecht is voor de biodiversiteit. Maar de productie kan de vraag nog steeds niet bijbenen. Gevolg: de prijzen schieten door het dak en de lokale bevolking, die dagelijks avocado op het menu had staan, kan ze niet meer betalen. 

Ondertussen belandt bij mij thuis de allerlaatste rotte avocado in de kliko. 

Stop the madness. 

Categorieën
Bewuster leven

Wordt de Fjallraven Kanken Greenland mijn favoriete tas?

Waar ik ga, gaat ook mijn tas. Tien jaar lang was dat een klein model schoudertas van Freitag. Geschikt voor alle gelegenheden en onverwoestbaar. Voor vakanties en festivals had ik ook nog een versleten Eastpak rugzak die nog prima dienst deed en gewoon vies mocht worden.

Toen ik ging werken bij een uitgeverij met een BYOD (Bring Your Own Device) beleid moest er ook een laptoptas komen. En gezien mijn goede ervaringen werd dat er ook weer eentje van Freitag. Al gauw gebruikte ik ‘m ook als ik geen laptop hoefde mee te nemen. Maar daarbij liep ik al snel tegen beperkingen aan. Het is een grote tas, maar omdat hij nogal ondiep was, kon er niet heel veel in. Ik besloot te gaan kijken naar een grote leren handtas. Die zou ook meteen geschikt zijn voor wat nettere gelegenheden. Ik vond een fijn exemplaar, maar helaas kon die niet zoveel hebben. De handvaten scheurden op de naad. Een euvel dat ik vroeger ook vaak had met goedkope tassen van de markt, maar wat ik niet verwacht had van een dure leren tas.

De leren tas laat ik repareren, maar ik zal hem minder vaak gebruiken aangezien hij kennelijk niet zo zwaar beladen kan worden. Dus moet er een nieuwe dagelijkse-dingen-tas komen. Een krachtpatser.

Voorheen zou ik gewoon door webwinkels scrollen totdat ik verliefd werd op een tas, maar nu ik bewuster bezig ben met de hoeveelheid spullen die ik in mijn leven wil, ga ik op zoek naar iets wat een goede aanvulling is op mijn huidige tassencollectie. Dus geen tweede leren handtas en ook niet nog een Freitag. Maar wat is dan wel een goede, degelijke tas die een aanvulling is op de tassen die ik al heb? Ik besloot dat het een rugzak zou worden, zodat mijn oude Eastpak met pensioen kon.

Na een middagje reviews lezen kwam ik tot de conclusie dat de Fjällraven Känken een goede keus zou zijn. De Zweedse klassieker die volgens de laatste mode geschikt is voor alle genders, leeftijden en sociale groepen. Het risico van het blind afgaan op juichende reviewers die hun Känken al twintig jaar met plezier gebruiken is dat er misschien in die tussenliggende jaren iets aan het materiaal of productieproces is veranderd. Zoals bijvoorbeeld met Levi’s aan de hand is. Levi’s uit de jaren negentig van de vorige eeuw zien er nu nog steeds geweldig uit, terwijl de moderne exemplaren binnen twee jaar versleten zijn. Ik schat de Zweden hoger in op degelijkheid dan de Amerikanen. Dus toog ik in mijn pauze naar Bever om mijn nieuwe metgezel uit te gaan zoeken.

Review: Fjallraven Kanken Greenland

Positieve punten:
– Binnenvak met uitneembaar kussentje dat bovendien goed werkt als padding om je rug tegen scherpe voorwerpen te beschermen. Ook perfect om je iPad Pro, die perfect in het vak past, zonder schade te vervoeren.
– Hoofdvak is helemaal open te ritsen, waardoor je overal makkelijk bij kan.
– Handvaten aan de bovenkant. Serieus, wat een geweldige uitvinding! Waar bij andere rugzakken wel een lus te vinden is om ‘m aan op te hangen, heb je hier gewoon prettige hengsels om je tas aan mee te nemen.
– Draagriemen zitten precies op de goede goede plek. Het gewicht wordt goed verdeeld, en anders dan je misschien zou verwachten, snijden de smalle riempjes niet in je schouders.

Nadelen:
– De zijvakken waar je een flesje water in kunt meenemen, zijn te klein voor mijn glazen waterfles.
– Ik vind het qua vormgeving echt een ontzettend lelijk ding.

Over de duurzaamheid van de tas kan ik nog niet veel zeggen, maar het materiaal lijkt me ijzersterk. Over een jaar doe ik een follow-up, en dan vind ik ‘m misschien zelfs mooi. Zoiets is vaak even wennen. Denk maar aan schoudervullingen en getoupeerd haar in de jaren ‘ 80 🙂

Categorieën
Bewuster leven

Hygge

hyggeHet kan je niet ontgaan zijn: Scandinavië is hot. Of het nu gaat om mode, boeken, tv-series of meubels, als het uit Scandinavië komt, verkoopt het goed. Inmiddels is er zelfs een Nederlands tijdschrift dat zich volledig richt op Scandinavisch wonen: Scandinavian Living. En niet alleen tastbare Scandinavische producten zijn populair, ook het Deense hygge is wereldwijd iets om na te streven.

Wat hygge precies is? Meik Wiking, die onderzoek doet naar het geluksgevoel van Denen (naar verluidt het gelukkigste volk ter wereld) had er een heel boek voor nodig om dat aan niet-Denen uit te leggen. Ik nam het tot me als Engels luisterboek, en dacht bij elk stukje uitleg over de beleving van hygge: je bedoelt gezelligheid.

Hygge kun je in je eentje beleven met een goed boek in je favoriete stoel, met een warm dekentje en een kop thee onder handbereik.
Hygge is ook wanneer je kookt voor je vrienden en tot in de late uurtjes met elkaar praat en lacht.
Hygge gaat volgens Meik Wiking vaak samen met kaarsjes op tafel, warme chocolademelk, je lievelingstrui, je familie en je vrienden.

Gezelligheid dus.

Meik Wiking geeft in zijn boek tal van tips over hoe je de staat van hygge kunt bereiken. Ik maak me zorgen over de landen waarin dit boek met applaus wordt ontvangen. Zijn er zo veel mensen die moeten leren wat gezelligheid is? Ik stopte halverwege het luisterboek omdat de schrijver zichzelf steeds meer ging herhalen. Ik wilde iets gezelligers horen.

Hygge is ondertussen niet meer van tijdschriftcovers af te rossen. Je schijnt namelijk allerlei spullen nodig te hebben om het hyggelig te hebben. Dan heb ik het maar liever gewoon gezellig. Daarbij volstaat tevredenheid.

Categorieën
Bewuster leven

Blije kippiekippies

De eieren bij de supermarkt komen gelukkig niet meer bij legbatterijen vandaan, maar het alternatief is niet veel beter. Ik dacht een tijd lang heel naïef dat scharreleieren van kippen kwamen die lekker buiten konden scharrelen, maar helaas. Scharrelkippen verblijven in een grote stal met een paar honderd soortgenoten en zien vaak hun hele leven geen daglicht. Je kunt je afvragen of ze überhaupt wel kunnen scharrelen met zijn negenen op een vierkante meter. En als ze na een jaar minder eieren beginnen te leggen, en dus economisch minder rendabel zijn, gaan ze naar de slacht.

De enige manier om zeker te weten dat de kip die jouw eieren legt een mooi leven heeft, is het door haar zelf een mooi leven te geven. En nu we landelijk wonen, kunnen we dat.

De vorige bewoners hadden drie kipjes die wij over mochten nemen. Ze hebben een mooi hok en een ren, dat had ik bij de bezichtiging al gezien. Maar bij zelf kippen houden denk ik toch heel romantisch aan kippen die vrij door de tuin kunnen scharrelen. We besloten ze dus los te laten in de tuin, en proefondervindelijk vast te stellen hoe ernstig de schade is die ze aan de planten toebrengen. Tot nu toe valt het mee, zelfs nu we er nog twee tamme Barnevelders bij hebben gekregen.

En met name de twee nieuwelingen hebben me enthousiast gemaakt over kippen als huisdier. Want dat zijn het echt. Ze herkennen je, komen enthousiast op je afrennen en laten zich zelfs kroelen. Ook door de kinderen (10 en anderhalf) van vriendin F.

Tot nu toe hebben ze nog geen namen. We noemen ze allemaal Kippiekip, en verbeelden ons dat ze daar ook naar luisteren.

Categorieën
Bewuster leven

Kun je dat nog dragen op je veertigste?

Jarenlang ging ik naar mijn werk in een spijkerbroek en een heavy metal shirt. Dat kon, want ik werkte bij de kunstredactie van een krant, niet bij een fancy kantoor waar klanten over de vloer komen.

Vriendin A. vond het verbazingwekkend dat ik ‘op mijn leeftijd’ nog dat soort shirts droeg. En zelfs een halsband met spikes als ik naar een concert ging.

Hoewel ik in mijn nieuwe baan alleen nog gezien wordt in nette bloesjes en jasjes, draag ik privé nog steeds wel bandshirts. Maar niet meer met provocerende teksten en skeletten. En ik weet het niet zeker, want het was geen bewuste beslissing, maar ik denk dat dat met mijn leeftijd te maken heeft.

En ook tussen mijn ‘normale’ kleding zitten wel stukken die ik waarschijnlijk nooit meer zal dragen. Wat bij een twintiger sexy staat, laat een veertiger vooral wanhopig lijken. En wat een dertiger een hippe uitstraling verschaft heeft bij een veertiger ineens het tegenovergestelde effect. Eruit zien alsof je heel hard je best doet om hip te zijn… dat is juist weer sneu.

Niet alleen je leeftijd is bepalend, het moet ook nog bij je passen. Er zijn tenslotte mensen die ermee wegkomen. Dat komt omdat ze heel dicht bij hun eigen stijl blijven. En het hangt er natuurlijk ook van af in welke kringen je je begeeft.

Zo was ik laatst op een alternatief theater- en kunstgebeuren, waar iedereen er heel gemaakt-nonchalant uitzag. Een man droeg over zijn t-shirt een colbert met verfvlekken. Niet omdat hij niets meer zonder vlekken in de kast had hangen, maar omdat hij daarmee wilde uitdragen dat het hem niets uitmaakt wat mensen van hem denken. Dat kleding slechts een middel is om het niet koud te hebben. Dat het om de inhoud gaat.

Wanneer je een festivalterrein vol met mensen ziet die zich allemaal niets aantrekken van de mening van anderen, en dat zorgvuldig etaleren, krijg je vanzelf het gevoel dat dat de norm is waaraan je je dient te conformeren.

De paradox is dat we ons niets willen laten opleggen, ruimte willen om onszelf te zijn, maar aan de andere kant ook graag willen laten zien dat we erbij horen. Gelukkig zit ik niet vast aan één format. Ik ben een veertiger, maar ik ben ook marcomprofessional. En heavy metal-liefhebber. Het ene sluit het andere niet uit.
Maar ik trek de grens bij met verf besmeurde jasjes.

Categorieën
Bewuster leven

Funda-fähig

In onze huizenzoektocht hebben we slechts éém huis bezichtigd. Het voelde meteen zo goed dat we direct een bod hebben geplaatst. Al snel zaten we met de verkopers aan tafel om het contract te tekenen. In de dagen erna zeiden we nog regelmatig tegen elkaar:”We hebben een huis gekocht”. Gewoon, omdat we het nog niet helemaal beseften.

De hypotheek moest geregeld worden, onze huizen moesten nog verkocht. O, wat zag ik daar allemaal tegenop. Emotioneel is het sowieso nog al een dingetje om je eigen plek op te geven, maar om het huis helemaal Funda-fähig te krijgen voordat de fotograaf komt is helemaal stressvol.

Hoewel ik toch al enige tijd aan het minimaliseren ben, bezit ik toch aardig wat spullen. En die moesten zoveel mogelijk uit het zicht worden opgeborgen. Ik kreeg de tip om zelf foto’s te maken van de kamers, dan zie je namelijk direct wat er nog aangepast moest worden. Wat een eye opener!

Ineens zag ik dat in de slaapkamer de contactdoos van de kabelaansluiting half uit de muur hangt. Ik heb me daar zeven jaar lang niet aan gestoord, maar op mijn testfoto’s zag het er rommelig uit. Stukje dubbelzijdig tape ertussen, en het was strak. Waarom deed ik dat niet eerder?

Ook mijn boxspring kwam niet goed uit de foto-test. De onderkant is nogal gehavend omdat mijn kat het als kitten leuk vond om zichzelf voort te trekken langs de rand. Ik besloot er zwarte matrashoezen overheen te trekken. Het effect was fantastisch! Ik had ineens een heel sjiek bed!

En zo waren er nog wel meer gebreken die ik nooit had aangepakt. Waarom eigenlijk niet? Waarom wel voor de foto’s, maar niet voor mezelf?

Ik heb me voorgenomen om ook in het nieuwe huis regelmatig de foto-test te doen. Een beetje aandacht kan al een groot verschil maken. En dat voelt goed. Ook als er morgen geen fotograaf op de stoep staat.