Kun je dat nog dragen op je veertigste?

Jarenlang ging ik naar mijn werk in een spijkerbroek en een heavy metal shirt. Dat kon, want ik werkte bij de kunstredactie van een krant, niet bij een fancy kantoor waar klanten over de vloer komen.

Vriendin A. vond het verbazingwekkend dat ik ‘op mijn leeftijd’ nog dat soort shirts droeg. En zelfs een halsband met spikes als ik naar een concert ging.

Hoewel ik in mijn nieuwe baan alleen nog gezien wordt in nette bloesjes en jasjes, draag ik privé nog steeds wel bandshirts. Maar niet meer met provocerende teksten en skeletten. En ik weet het niet zeker, want het was geen bewuste beslissing, maar ik denk dat dat met mijn leeftijd te maken heeft.

En ook tussen mijn ‘normale’ kleding zitten wel stukken die ik waarschijnlijk nooit meer zal dragen. Wat bij een twintiger sexy staat, laat een veertiger vooral wanhopig lijken. En wat een dertiger een hippe uitstraling verschaft heeft bij een veertiger ineens het tegenovergestelde effect. Eruit zien alsof je heel hard je best doet om hip te zijn… dat is juist weer sneu.

Niet alleen je leeftijd is bepalend, het moet ook nog bij je passen. Er zijn tenslotte mensen die ermee wegkomen. Dat komt omdat ze heel dicht bij hun eigen stijl blijven. En het hangt er natuurlijk ook van af in welke kringen je je begeeft.

Zo was ik laatst op een alternatief theater- en kunstgebeuren, waar iedereen er heel gemaakt-nonchalant uitzag. Een man droeg over zijn t-shirt een colbert met verfvlekken. Niet omdat hij niets meer zonder vlekken in de kast had hangen, maar omdat hij daarmee wilde uitdragen dat het hem niets uitmaakt wat mensen van hem denken. Dat kleding slechts een middel is om het niet koud te hebben. Dat het om de inhoud gaat.

Wanneer je een festivalterrein vol met mensen ziet die zich allemaal niets aantrekken van de mening van anderen, en dat zorgvuldig etaleren, krijg je vanzelf het gevoel dat dat de norm is waaraan je je dient te conformeren.

De paradox is dat we ons niets willen laten opleggen, ruimte willen om onszelf te zijn, maar aan de andere kant ook graag willen laten zien dat we erbij horen. Gelukkig zit ik niet vast aan één format. Ik ben een veertiger, maar ik ben ook marcomprofessional. En heavy metal-liefhebber. Het ene sluit het andere niet uit.
Maar ik trek de grens bij met verf besmeurde jasjes.

Nooit meer afgebladderde nagellak

Laat ik meteen maar mijn excuses aanbieden voor de misleidende titel. Ik heb namelijk geen idee hoe je ervoor kunt zorgen dat je nagellak blijft zitten. En dat terwijl ik een collectie nagellak bezit waar de meeste nailsalons jaloers op zouden zijn.

Dagen in het jaar dat er lak op mijn nagels zit: 0,5.

Dat zou eigenlijk een hele dag moeten zijn, maar meestal is het rond het middaguur al afgebladderd. Vervolgens peuter ik nog twee dagen aan de restjes en besluit ik dat nagellak niet mijn ding is. Een jaar later ben ik dat weer vergeten, want dan loop ik weer de Etos uit met vier nieuwe flesjes, en herhaalt de geschiedenis zich.

In mijn eerste opruimronde heb ik de uitgedroogde exemplaren weggedaan. Maar ook daarna bleef er een schoenendoos vol over. Die ene mooie kleur. Die andere, die wel bijna een hele dag blijft zitten. Die zwarte, die ik met halloween en op metalconcerten nog wel eens draag. Die kleurtjes waarmee ik misschien nog eens een ander creatief project bedenk… het is hopeloos. Want ze staan toch echt 364 dagen per jaar ongebruikt in de kast omdat ik niet realistisch ben over het gebruik ervan.
Dat moet stoppen.

Die doos met nagellak gaat NIET, ik herhaal: NIET mee naar het nieuwe huis. Zo.

Ik plaats zometeen een oproep op facebook om ze gratis af te laten halen. Misschien is er nog iemand die er wél wat mee doet.

ARC: Het ultieme notitieboek

De verhuizing nadert met rasse schreden en ik heb nog amper iets ingepakt. Dat komt doordat ik met mezelf heb afgesproken dat ik alleen maar spullen inpak die ik na zorgvuldig uitzoeken echt wil bewaren. Surprise, surprise: ik zal al mijn spullen nogmaals door mijn handen moeten laten gaan, want behalve de handdoeken en serviesgoed heb ik van alles nog veel te veel wat ik niet gebruik.

Om te beginnen koos ik voor een makkelijke categorie: kantoorartikelen. Daarvan moet ik inmiddels toch een aardig idee hebben wat ik werkelijk ga gebruiken. De papiersnijmachine, het lamineerapparaat, de gatenpons, een plakbandroller, een nietapparaat, een schaar, een rekenmachine, een printer, printerpapier, enveloppen, paperclips, nietjes, punaises, snelhechters, insteekhoezen, ordners. So far so good. Nergens te veel van.

Maar dan: notitieboekjes. Stapels en stapels half volgeschreven notitieboekjes. Voor elk nieuw project een nieuw boekje, en dan toch het oude bewaren want dat was nog niet vol. Mee naar huis dus maar, altijd handig voor boodschappenbriefjes (die ik nooit maak). Maar goed. Daar liggen ze dan, een hele doos vol. En misschien staan er nog wel belangrijke dingen in. Toch even lezen. En voor je het weet ben je een dag verder en is er nog niets nuttigs uit je handen gekomen. De meeste boekjes vinden hun weg naar het oud papier. Ja, ook de ongebruikte velletjes. En ik voel me best schuldig over die verspilling.

Hoe kan ik dit in de toekomst voorkomen? Mezelf voornemen elk boekje van kaft tot kaft vol te schrijven is niet realistisch. Zoveel zelfkennis heb ik inmiddels wel. Ik heb ook de neiging om notities voor al mijn projecten door elkaar in één boekje te zetten omdat dat nou toevallig in mijn tas zit. De notitieboekjes van AH leken me daarom ideaal, die bevatten tabbladen die je er zo tussen kunt klikken. Maarja, dan moet je het aantal pagina’s dat je nodig gaat hebben wel erg goed uitkienen. Uiteindelijk werkt het toch weer verspilling in de hand.

Op de middelbare school had iedereen een ringband. Dat werkte uitstekend. Alle vakken keurig gescheiden door tabbladen en naar behoefte gelinieerd papier, ruitjespapier en plastic mapjes toevoegen. Probleem: ik zie mezelf nog niet dagelijks op pad gaan met zo’n map in mijn tas. Even gauw iets opschrijven is er ook niet bij. Als je zo’n ding uit je tas pakt ziet het er meteen uit of je ter plekke kantoor gaat houden.

“There’s an app for that” zeg je nu vast. En ik weet ook heus wel dat er zoiets bestaat als Evernote, en mijn iPad heb ik altijd bij me, maar issue lists en aantekeningen tijdens vergaderingen maak ik toch het liefste op papier. En omdat ik niet de enige old school notulist ter wereld ben, weet ik bijna zeker dat iemand hier al een oplossing voor bedacht heeft. Ik hoef hem alleen nog maar te vinden.

En ja hoor, mijn zoektocht werd al snel beloond: M by Staples Arc.
Ik bestelde de zwart lederen uitvoering op A5 formaat van 18,14 euro met als extra’s een setje tabbladen en een navulling gelinieerd papier.

De ARC is een disc-systeem dat je kunt onderverdelen met tabbladen waarbij je altijd extra papier kunt toevoegen. Of verwijderen. Zo heb je na het voltooien van een project gewoon weer een ‘vers’ notitieboek. Het is een mooi degelijk systeem dat je geheel naar eigen behoefte kunt inrichten met verschillende soorten papier, mapjes voor visitekaartjes en ritsvakjes. Ook handig: er bestaat ook een perforator om zelf papier geschikt te maken voor gebruik in je ARC.

Funda-fähig

In onze huizenzoektocht hebben we slechts éém huis bezichtigd. Het voelde meteen zo goed dat we direct een bod hebben geplaatst. Al snel zaten we met de verkopers aan tafel om het contract te tekenen. In de dagen erna zeiden we nog regelmatig tegen elkaar:”We hebben een huis gekocht”. Gewoon, omdat we het nog niet helemaal beseften.

De hypotheek moest geregeld worden, onze huizen moesten nog verkocht. O, wat zag ik daar allemaal tegenop. Emotioneel is het sowieso nog al een dingetje om je eigen plek op te geven, maar om het huis helemaal Funda-fähig te krijgen voordat de fotograaf komt is helemaal stressvol.

Hoewel ik toch al enige tijd aan het minimaliseren ben, bezit ik toch aardig wat spullen. En die moesten zoveel mogelijk uit het zicht worden opgeborgen. Ik kreeg de tip om zelf foto’s te maken van de kamers, dan zie je namelijk direct wat er nog aangepast moest worden. Wat een eye opener!

Ineens zag ik dat in de slaapkamer de contactdoos van de kabelaansluiting half uit de muur hangt. Ik heb me daar zeven jaar lang niet aan gestoord, maar op mijn testfoto’s zag het er rommelig uit. Stukje dubbelzijdig tape ertussen, en het was strak. Waarom deed ik dat niet eerder?

Ook mijn boxspring kwam niet goed uit de foto-test. De onderkant is nogal gehavend omdat mijn kat het als kitten leuk vond om zichzelf voort te trekken langs de rand. Ik besloot er zwarte matrashoezen overheen te trekken. Het effect was fantastisch! Ik had ineens een heel sjiek bed!

En zo waren er nog wel meer gebreken die ik nooit had aangepakt. Waarom eigenlijk niet? Waarom wel voor de foto’s, maar niet voor mezelf?

Ik heb me voorgenomen om ook in het nieuwe huis regelmatig de foto-test te doen. Een beetje aandacht kan al een groot verschil maken. En dat voelt goed. Ook als er morgen geen fotograaf op de stoep staat.

Als je durft

Deze week stroomde mijn facebooktijdlijn vol met het volgende bericht:
“Absoluut dat ik het durf!!!!
Jullie vragen zich af waarom sommige homoseksuelen zich verstoppen en slecht leven? Simpelweg omdat mensen ze veroordelen voor hun geaardheid zonder ze echt te kennen… leef en laat leven!!! Wat verandert het aan uw leven als 2 vrouwen of 2 mannen van elkaar houden?? NIKS!!!
Als je akkoord bent kopieer en plak … Eens kijken wie er ook durft.”

Zoals de meeste oproepjes op facebook heb ik ook deze niet gedeeld. Ik ben voor acceptatie van homo’s, tegen kindermishandeling, tegen het martelen van dieren en ik vind dat mensen met een handicap alle kansen verdienen die een ander ook krijgt. Moet ik ik me daar duidelijk over uitspreken op Facebook? Ik weet het niet. Ik neem aan dat ik dat in mijn doen en laten al voldoende uitdraag, en dat het geen zin heeft om te preken voor eigen parochie. Liever ga ik de discussie aan met mensen die er een andere mening op na houden.

Het zou enorm schelen als die hun mening ook zouden publiceren op Facebook. Dus mogen homo’s van jou niet zoenen op straat? Sla je de hond van de buren? Pest je kinderen met het syndroom van Down? Laat het zien op je tijdlijn. Als je durft.

Wat is minimalisme?

Toen ik geïnteresseerd raakte in minimalisme, werd ik lid van een facebookpagina over minimaliseren. Zo werd ik dagelijks op mijn tijdlijn geconfronteerd met berichtjes over minimaliseren. Heel inspirerend. Wat ik alleen zo jammer vind, is dat steeds meer gevorderde minimalisten in de comments klagen over de ontspul-avonturen van de beginners. “Want minimalisme is zoveel meer”.

Dat is natuurlijk ook zo, maar je moet ergens beginnen. Ik word altijd een beetje iebel van die mensen die zo graag willen demonstreren dat ze strenger in de leer zijn dan een ander. Als jij al je meubels wegdoet en slaapt op een kleedje van biologisch geteeld bamboe: prima. Als je daarover schrijft om je ervaring te delen en anderen te inspireren: geweldig! Ik wil er alles over lezen. Maar als je jouw standpunt gebruikt om mensen het gevoel te geven dat ze er niet bij horen, dan begrijp ik niet zo goed waar je mee bezig bent. Wees een voorbeeld van hoe het ook kan, niet een voorbeeld van wat voor kreng je wordt als je minimaliseert op fatsoenlijke omgangsvormen.

Ik zie minimalisme namelijk als een proces dat voor iedereen anders verloopt en in een ander resultaat eindigt. Het is een weg naar bewuster leven dat begint met opruimen. Door het wegdoen van overbodige spullen ga je vanzelf bewuster consumeren. Letten op duurzaamheid en dierenleed. Verspilling vermijden. En uiteindelijk ook nadenken over je doelen in het leven.

Als geld, status en spullen steeds onbelangrijker worden, wat doet er dan wel toe? Is het nog wel zinnig om zoveel tijd aan werk te besteden? Of zoveel geld aan een huis dat je maar voor de helft gebruikt? Het kan een hele lange reis zijn, want ik ben na een paar jaar ook nog lang lang niet bij de essentie. Maar ik heb geen haast, het is een mooie trip.

Ben jij al ultra minimalistisch? JP wel!